Neem contact op

Blog

Waar is de zwarte doos in de foodsector?

Blog

Waar is de zwarte doos in de foodsector?

Elk jaar overlijden 420.000 mensen wereldwijd aan de gevolgen van besmet voedsel, zo becijferde de WHO ooit. En als het mis gaat, dan schiet de voedselketen al gauw in een traceerbaarheidsreflex. Ongeacht of het nu gaat om fipronil-eieren, E.coli-besmettingen of de vogelpest; op het moment dat er iets gebeurt, willen we vooral zo snel mogelijk achterhalen waar de ellende vandaan komt.

Dat is ergens heel logisch. Immers, als je weet waar de bron van een besmetting zit, dan kun je deze ook bestrijden – en de juiste producten laten terugroepen. Dat is één van de redenen waarom er binnen de foodsector driftig wordt geëxperimenteerd met blockchaintechnologie, om de traceerbaarheid van voedsel te vergroten.

Niet het antwoord

Er is echter één probleem: blockchain kan niet helpen verklaren hoe voedselbesmettingen ontstaan. In het gunstigste geval kan de technologie helpen om te bepalen waar het mis is gegaan, maar niet wat de besmetting heeft veroorzaakt.

Met blockchain kun je namelijk data vastleggen waarvan verschillende partijen in de keten het zinvol vinden om deze met elkaar te delen. Dat kan bijvoorbeeld zijn op welk moment een zaadje de grond is gegaan, wanneer en op welke plek een vrucht is geoogst en in welke winkel deze vrucht uiteindelijk terecht is gekomen. Maar hiermee verklaar je nog niet wat die besmetting heeft veroorzaakt.

Om erachter te komen hoe besmettingen tot stand komen, is het combineren en analyseren van zo veel mogelijk verschillende beschikbare data in de voedselketen een must.

Gemiste gouden kans

Om erachter te komen hoe besmettingen tot stand komen, is het combineren en analyseren van zo veel mogelijk verschillende beschikbare data in de voedselketen een must.

Neem bijvoorbeeld de Duitse groenten die werden besmet met de gevaarlijke EHEC-bacterie. Als zoiets gebeurt, dan willen we vooral snel kunnen achterhalen waar de besmette groentes vandaan komen. Heel nauwkeurig zijn deze analyses echter niet altijd. Daardoor gooien we ook een hoop onbesmette groentes weg – in het geval van de EHEC-bacterie werd achteraf geconcludeerd dat het niet komkommers waren die besmet waren, maar alleen biologisch geteelde taugé.

We kunnen gerust stellen dat we de enorme potentie van data nu nog laten liggen. Boeren houden data bij over de bodemkwaliteit van de boomgaard, de hydratatie en bemesting. Het is ook vrij eenvoudig om iedere individuele mungboon (waar taugé van wordt gemaakt) een datastempel te geven, waardoor je kunt bijhouden wanneer welke boon is geplukt, op transport is gegaan en verwerkt. Het is een kwestie van de juiste data combineren en analyseren

Kortom: vanaf het moment dat het zaadje van een plant in de grond gaat, kunnen we heel minutieus relevante data bijhouden die iets zegt over de kwaliteit van de bonen. Dat is niet alleen nuttig om de bron van mogelijke ziektes en besmettingen te kunnen achterhalen; maar ook om de kwaliteit van de oogst te verhogen.

Waarde oogsten

De reden waarom het nu nog niet gebeurt, laat zich raden: er is een investering nodig om systemen aan te leggen die als zwarte doos kunnen fungeren in het geval van besmettingen en ziektes. Zo’n systeem verdien je echter bij de eerste de beste uitbraak al terug, omdat het voorkomt dat je een kerngezond deel van de oogst moet vernietigen. En dan hebben we het niet eens over de winst uit de verbetering van de kwaliteit van gewassen die deze data opleveren.

Door meer data te verzamelen en met elkaar te delen worden er veel minder mensen ziek (of erger) als gevolg van besmet voedsel. Zo plukken we met zijn allen de vruchten van de digitale transformatie.