Grip op data begint bij bewuste cloudkeuzes

Jarenlang was de public cloud voor veel organisaties de vanzelfsprekende route. Snel starten, eenvoudig opschalen en geen eigen infrastructuur meer beheren. Maar die vanzelfsprekendheid staat onder druk.

Nu data en AI steeds belangrijker worden voor kernprocessen, groeit ook de vraag hoeveel grip een organisatie eigenlijk nog heeft op haar platform, haar data en haar technologische keuzes.

Het is een vraag die steeds vaker op tafel ligt: hoe afhankelijk zijn we eigenlijk van technologie van buiten Europa? En blijft data in de public cloud wel echt van de organisatie zelf? Wat lang een ver-van-het-bed-show leek, is in korte tijd een concreet IT-vraagstuk geworden.

Cloudsoevereiniteit: niet zomaar een hype

Cloudsoevereiniteit en digitale autonomie zijn niet zomaar een hype. Veel organisaties delen momenteel dezelfde zorgen. Waar staat mijn data nu precies? Wie heeft er eigenlijk toegang toe? En wat gebeurt er als politieke of juridische spelregels veranderen?

In het tijdperk van AI, waar correcte, relevante en goed beheerde data cruciaal is, speelt het dataplatform een centrale en cruciale rol in de organisatie. Organisaties die willen investeren in de professionalisering van het IT-landschap om bijvoorbeeld (meer) datagedreven te kunnen werken, staan nu voor een lastige beslissing in een tijd waarin ‘de Amerikaanse cloud’ niet langer de vanzelfsprekende keuze is. De vraag is niet langer alleen wat technisch mogelijk is. De vraag is ook welke mate van afhankelijkheid acceptabel is.

Hoe zijn we hier beland, waarom staat het onderwerp nu zo hoog op de agenda en waarom kijken steeds meer organisaties naar open source?

Een korte geschiedenis

De public cloud bestaat nog niet zo lang. Pas rond 2006 kwam AWS met de eerste clouddiensten op de markt. Microsoft volgde een paar jaar later met Azure. Voor veel organisaties was dat een doorbraak. Geen eigen servers meer beheren, snel kunnen opschalen en betalen naar gebruik. Een grote golf aan migraties volgde. In die beginjaren draaide het vooral om gemak en kosten. Waar data precies stond, of onder welke wetgeving een cloudprovider viel, speelde nauwelijks een rol. De focus lag op snelheid en flexibiliteit.

Dat beeld veranderde langzaam. De onthullingen van Edward Snowden maakten duidelijk dat Amerikaanse cloudproviders wettelijk verplicht kunnen worden om data te delen met hun overheid. Ook als die data fysiek in Europa staat.
Later kwam daar de AVG bij. Organisaties werden zich bewuster van hun verantwoordelijkheid voor dataopslag en -verwerking. Niet alleen technisch, maar ook juridisch.

In de jaren daarna verschoof de discussie opnieuw. Het ging niet meer alleen over waar data staat, maar vooral over wie de controle heeft. Wie beheert het platform? Wie bepaalt de voorwaarden? En wat gebeurt er als de geopolitieke verhoudingen veranderen?
Initiatieven zoals Gaia-X en Europese cloudfederaties zoals ECOFED, waar Info Support ook onderdeel van uitmaakt, zijn ontstaan vanuit die vragen. Ook beleidsmakers kijken steeds kritischer naar afhankelijkheid van niet-Europese technologie.

De laatste jaren laten zien dat deze zorgen niet theoretisch zijn. Diensten die plotseling worden stopgezet door politieke inmenging, of kritieke digitale infrastructuur die in buitenlandse handen dreigt te komen, maken het onderwerp concreet.

Voor organisaties betekent dit dat cloudkeuzes direct invloed hebben op continuïteit en risico’s. Zeker in sectoren als overheid, zorg en financiële dienstverlening groeit de druk om hier bewuste keuzes in te maken.

Een strategische keuze

Meer grip op data betekent niet automatisch een vertrek uit de public cloud. Integendeel. Platformen zoals Microsoft Fabric en Databricks zijn uitermate gebruiksvriendelijk en bieden veel opties en voordelen. Ze maken het mogelijk om snel te starten, zonder diepgaande kennis van infrastructuur. Updates en beveiliging worden grotendeels uit handen genomen en nieuwe functionaliteit, zoals AI-agents, komt out-of-the-box.

De echte vraag is daarom niet: wel of geen cloud.
Het is een strategische afweging, en het gaat om balans. Welke data en workloads zijn kritisch? Waar wil een organisatie maximale controle houden? En waar is afhankelijkheid acceptabel?

Voor organisaties waar data een kernrol speelt, of waar met zeer gevoelige informatie wordt gewerkt, kan het logisch zijn om alternatieven te onderzoeken. Denk bijvoorbeeld aan hybride architecturen met verminderde afhankelijkheid. In dat speelveld komt open source steeds vaker naar voren.

Open source

Open source wordt vaak gezien als een manier om minder afhankelijk te zijn van grote leveranciers. Dat gaat niet alleen over kosten, maar vooral over keuzevrijheid en transparantie. Door te werken met open standaarden en modulaire bouwblokken ontstaat meer controle over het eigen dataplatform. Software kan flexibel worden ingezet: in de public cloud, in een private cloud of op eigen infrastructuur.

Tegelijkertijd is open source geen wondermiddel. Het open source datalandschap is grotendeels volwassen, maar ook complex en versnipperd. Tools moeten goed op elkaar aansluiten en vragen om beheer, architectuurkeuzes en specifieke expertise. In de praktijk komt de afweging daarom vaak neer op een combinatie. Open source waar autonomie en flexibiliteit belangrijk zijn. Commerciële platformen waar snelheid en gebruiksgemak de doorslag geven.

De volgende stap

Cloudkeuzes zijn daarmee allang geen puur technische beslissingen meer. Ze raken aan strategische vragen over afhankelijkheid, continuïteit en controle over data en digitale infrastructuur.
Voor organisaties die data en AI steeds centraler zien worden in hun bedrijfsvoering, wordt die afweging alleen maar belangrijker.

Dit artikel vormt het startpunt van een serie over open source dataplatformen. In het volgende artikel verkennen we het open source dataplatformlandschap: van de belangrijkste bouwblokken tot de volwassenheid van het ecosysteem.

Stap voor stap kijken we hoe organisaties met open source meer grip kunnen krijgen op hun data, hun architectuur en hun platformkeuzes in een snel veranderende technologische en geopolitieke context.