Afrekenen met de 3 grootste mythes rondom digitale autonomie

De roep om een soevereine, Europese cloud klinkt steeds luider. De risico’s van een volledige afhankelijkheid van een handjevol Amerikaanse hyperscalers zijn inmiddels bekend. Toch is de reactie van veel IT-beslissers in Nederland vaak cynisch: “Leuk idee, die digitale autonomie, maar de Nederlandse markt is simpelweg te klein om een volwaardig enterprise-alternatief te bieden.” Dat argument klopt niet. Het is tijd om af te rekenen met de grootste misvattingen over de Nederlandse cloudcapaciteit.

Als individueel bedrijf de strijd aangaan met partijen als Microsoft, Amazon of Google is lastig, maar de Nederlandse IT-sector opereert al lang niet meer als losse eilandjes. We zien steeds vaker dat toonaangevende Nederlandse organisaties hun krachten en expertise bundelen om een schaalbaar, open en volwaardig autonoom cloudplatform te bieden. Een goed voorbeeld hiervan is het ECOFED-project, waarin Info Support samen met andere partners bouwt aan innovatieve federatieve oplossingen voor Europa’s digitale soevereiniteit. Een ander voorbeeld is de Open Cloud Alliantie (OCA): een zevental Nederlandse organisaties (waaronder Info Support), met als doel het verder uitbouwen van een schaalbaar en open cloudplatform. Een platform dat onder Nederlandse en Europese jurisdictie valt.

We hebben het hier niet over een theoretisch toekomstconcept of abstract wensdenken, maar over een direct en werkend antwoord op de drie meest gehoorde tegenargumenten uit de markt.

Misvatting 1: "We missen de schaalgrootte"

De veelgehoorde kritiek is dat lokale aanbieders te klein zijn voor de zware eisen van de overheid en grote enterprise-organisaties. Als we kijken naar de gebundelde kracht van de Nederlandse IT-sector, dan gaat dat argument niet op.

Zonder de dagelijkse dienstverlening van de grote Nederlandse IT-dienstverleners en cloudproviders zou een aanzienlijk deel van Nederland simpelweg stilstaan. We beschikken in Nederland over een extreem dicht netwerk van tientallen moderne, grote datacenters. Gezamenlijk vertegenwoordigen de toonaangevende lokale partijen miljarden aan omzet en meer dan 13.000 medewerkers. De datacapaciteit, de redundantie en de technische expertise om de grootste en meest kritieke workloads van Nederland te draaien, zijn dus al decennialang ruimschoots in huis.

Misvatting 2: "Een lokaal alternatief kan nooit 100% van onze diensten afdekken"

Een ander veelgehoord tegenargument is dat hyperscalers unieke, proprietary diensten bieden (bijvoorbeeld specifieke AI-services) die een lokale partij niet heeft. Dat klopt. Maar wie zegt dat je deze diensten ook daadwerkelijk allemaal nodig hebt? Vergelijk het met Microsoft Word: daar zitten duizenden functies in, maar in de dagelijkse praktijk gebruik je slechts een fractie daarvan.

Denk aan de cloudmarkt als een IT-supermarkt. Hyperscalers zijn gigantische supermarkten waar voornamelijk Amerikaanse producten te verkrijgen zijn en het aanbod overweldigend is. Maar inmiddels hebben we ook een volwaardig lokaal ecosysteem: de Nederlandse supermarkt. Als we kijken naar het ‘winkelmandje’ van een gemiddelde overheid of grote enterprise-organisatie, dan bestaat 80% uit veelgebruikte standaarddiensten zoals virtual machines, containerplatformen, netwerken en identiteitsbeheer. Al deze basisproducten, zeg maar de hagelslag, de boter en de melk, liggen in deze Nederlandse supermarkt gewoon in de schappen.

De strategie voor digitale autonomie is dan ook niet: wegbewegen van de hyperscaler en er nooit meer terugkomen. De strategie is risicospreiding. Haal je dagelijkse, kritieke IT-fundament (de hagelslag) bij de soevereine Nederlandse supermarkt. Heb je voor 20% van je innovatie een hele specifieke AI-dienst (de Amerikaanse donut) nodig? Haal die dan bij de hyperscaler. Door niet al je eieren in één mandje te leggen, voorkom je een gevaarlijk concentratierisico.

Misvatting 3: "Wat als mijn lokale cloudprovider wordt overgenomen?"

Dit is misschien wel de meest terechte zorg van IT-beslissers. Je migreert je workloads naar een Nederlandse provider om soeverein te zijn, maar een jaar later wordt deze partij opgekocht door een private-equitypartij van buiten de EU. Dan valt je data alsnog onder buitenlandse jurisdictie.

Precies voor dit scenario beweegt de Nederlandse markt naar open ecosystemen en strategische allianties. De oplossing ligt in een architectuur die strikt is gebaseerd op open standaarden en open source. Dit zorgt ervoor dat verschillende Nederlandse partijen naadloos met elkaar kunnen samenwerken en workloads uitwisselbaar zijn (federatieve cloud).

Daarnaast zien we dat marktpartijen onderling steeds vaker afspraken maken over leveringsgaranties. Als één provider onverhoopt wordt overgenomen door een partij buiten de Europese jurisdictie, kunnen de workloads door de open architectuur direct en naadloos worden overgenomen door een andere vertrouwde partner in het ecosysteem. Je hebt dus nooit te maken met ‘lege schappen’, waardoor de supply chain van je infrastructuur altijd is gewaarborgd.

Hoe nu verder?

De volwassenheid van de Nederlandse IT-markt bewijst dat we niet hoeven in te leveren op schaalgrootte, diversiteit of leveringszekerheid. Maar digitale autonomie bereik je uiteraard niet in één dag. Het is een strategische keuze om risico’s te spreiden en de afhankelijkheid van één enkele leverancier af te bouwen.

Je hoeft daarvoor niet je hele IT-landschap in één keer overhoop te halen. Een pragmatische eerste stap is het in kaart brengen van applicaties die relatief eenvoudig te verplaatsen zijn en toch cruciaal zijn voor de continuïteit.

Info Support is een van de alliantiepartners binnen de OCA. We leveren de onderliggende infrastructuur (zoals container- en AI-platformen) en begeleiden organisaties bij de feitelijke migratie van hun workloads. Omdat we leveranciersonafhankelijk werken, adviseren we altijd het platform dat het beste past bij jouw strategie. Eén van de opties daarbij is onze eigen Info Support Cloud. Wil je praktisch aan de slag met risicospreiding? Bekijk onze dienstverlening rondom digitale autonomie.